UITZETTINGSBEVEL

Jericoacoara

Met een schitterend uitzicht op hoge witte duinen en een Palmbomen-oase ertussen in zit ik te schommelen op de Lazy Duck. We liggen voor Jericoacoara, een surfers-paradijs aan de noordkust van Brazilië, alleen bereikbaar over het strand met 4WD.

Vissersboot                                (Eco)catamaran gebouwd van PET-flessen

Fotoshoot aan boord Lazy Duck

Sinds Cabedelo zijn we in Galinhos geweest, een afgelegen plaatsje met een soort rivier om op te liggen. Dat was ongeveer 40 uur varen. We hebben het mooie vlak oplopende strand gebruikt om de boot droog te leggen en het onderwaterschip schoon te maken. Spannend omdat het voor ons de eerste keer was. De volgende tocht naar deze mooie plek duurde ongeveer 48 uur, beide stukken met bakstagwind. Het verhaal met de kapotte stuurautomaat en ons besluit om naar Cabedelo terug te keren om hem te laten repareren heeft nog een ambtelijk staartje gekregen. Omdat we geen grote plaatsen meer aan willen doen hadden we besloten in Cabedelo uit te klaren. Door de vertraging waren we 97 dagen in Brazilië terwijl ons visum voor 90 dagen was (nee, de nieuwe bij terugkomst uit Nederland was niet opnieuw voor drie maanden….. elke dag werd geteld). De immigratie ambtenaar had het humeur van een Nijlpaard met obstipatie. ‘This is going to take all morning!’ kreunde hij toen hij doorhad wat er aan de hand was. Zijn all morning was wat korter dan die van ons. We zaten om kwart over acht ’s morgens al in de wachtkamer en werden om half tien bij hem ontboden. En ja hoor, na tig keer alle gegevens invoeren (inclusief de namen van al onze ouders, Peter heeft met plezier de drie voornamen van zijn moeder uitgeschreven) konden we de proces-verbalen ondertekenen en kregen we een nota zodat we ergens de boete konden gaan betalen. Na onze race op de vouwfiets tegen de klok (hij bleef bij gratie Gods tot kwart over twaalf wachten op ons) konden we het bewijs van betaling overleggen en kregen we een uitzettingsbevel: u moet Brazilië binnen acht dagen verlaten! We nemen er iets meer tijd voor……..

Vervoer Galinhos

3 weken zonder automatische piloot

Daar zit ik dan, midden in de nacht in het pikkedonker op een grote, zwarte oceaan. Binnen doen drie mensen verwoede pogingen om te slapen en voor mij is het buiten zaak om de Lazy Duck op koers te houden. Van achteren komen er golven van twee a drie meter op me af maar het is moeilijk te zien wanneer ze me precies gaan raken. Wat maakt het ook uit, want ik ben klam van het zilte water en veel natter zal het niet worden! Vanochtend zijn we vanuit Cabedelo vertrokken voor de overtocht naar Fernando de Noronha. Uit de verhalen van Durdana & Peter hebben we opgemaakt dat dit het paradijs moet zijn en we hebben ons dan ook al verheugd op witte stranden en blauwe zeeën. Groot was dan ook de schrik toen we na een half uur tot de ontdekking kwamen dat de autopiloot het had begeven. Zouden we omkeren of dan toch maar veertig uur handkarren? De keuze viel, na het neerslaan van een kleine muiterij, op het laatste. Dus nu varen paps en ik in shifts van twee uur de boot op eigen koers. Eigenlijk een mooie metafoor voor de voorafgaande weken.                                                                                                       Twee weken eerder staan Nienke en ik dan eindelijk op Recife airport. Na een reis van ruim veertig uur via Düsseldorf, Parijs en Rio de Janeiro werden we opgewacht door Peter & Durdana. Een beetje onwennig, want we hebben wilde verhalen gehoord over dit mooie, maar ruwe land. Nog even een ritje met de huurauto en dan zijn we zo eindelijk op de boot, is mijn gedachte. Fout! Want alles is groter, verder en duurt langer dan ik verwacht. We blijken niet in Recife te liggen maar bij een klein plaatsje in de buurt van Joao Pessoa op zo’n twee uur rijden. De rit daar naartoe is onze introductie. Hobbelige wegen met veel gaten en weinig bewegwijzering voeren ons langs straathoeren en een Favela tussen suikerrietvelden door naar de haven.                                                            De volgende ochtend worden we wakker in een prachtig gekleurd haventje tussen de typisch Braziliaanse bouwsels. Onze eerste echte dag in Brazilië! De eerste dagen brengen we door met de omgeving verkennen. Heel typisch is het eerste wapenfeit van paps en mams om met ons bier te gaan drinken bij, wat later blijkt, een hoerenkast waar een lokale klant ook nog even aanschuift. De twee dagen die volgen gaan op aan het bezoeken van marktjes, stranden, een toeristenboulevard, het havenkantoor en een groot winkelcentrum.                                                                                                                     De volgende bestemming is Manaus voor een tour door de Amazone. Wanneer we over de delta vliegen valt de enorme weidsheid op. Hele vlakken blauw vermengen zich met het groen van de Amazone. Na een nacht in een hostel, inclusief kakkerlakken in de douche, beginnen we aan onze jungletour. Met een snelle boot steken we de enorm brede Amazonerivier over waar we na een busrit van een uur met al onze spullen in smalle bootjes stappen.

                  Amazonerivier                        Manaus                         Oversteek Amazone       

                         Tarantula               Piranha                          Tarzan

Hiermee varen we tussen bomen door over smalle stroompjes door het regenwoud. Uiteindelijk komen we aan bij onze bestemming, de Ararinha Jungle Lodge.  De volgende dagen brengen we door met zwemmen, rondtochten met de boot en te voet en bezoekjes aan het lokale buurthuis en voetbalveld. Een bijzondere vermelding verdient Nienke hier voor het ondergepist worden door een kaaiman tijdens een nachtelijke kaaimannenjacht. Het valt ons op dat de mensen in de Amazone over meer middelen beschikken dan we verwacht hadden. Zelfs de meest afgelegen hutjes beschikken over elektriciteit. Een groot contrast met onze laatste nacht, waar we met onze gids kamp opslaan in de jungle. We hangen onze eigen hangmatten en muskietennetten op en eten kip geroosterd boven een kampvuur voordat de schemering valt. Na het eten is het heel snel afgelopen met de gezelligheid omdat het gezoem van de muskieten aanzwelt. Ze zitten overal en we zijn dan ook erg blij als we in onze zelfgecreëerde muskietenvrije zone zitten. Een nacht vol vreemde geluiden later –een dier ergens in de verte antwoordt uitgebreid op het gesnurk van een van de anderen-  blijkt het toch niet helemaal waterdicht te zijn als ik mijn ogen open en meer muskieten in mijn net zie dan erbuiten.                                                                                                                                Twee dagen later zitten we opnieuw op een boot. Deze keer is het een rivierboot die ons in een woud van hangmatten en met nieuwe wasmachines, stereo-installaties en Yamaha motoren aan boord in anderhalve dag naar Santarem voert. Dit geeft ons de kans om uitgebreid mensen te kijken en biertjes te drinken terwijl de Amazone aan ons voorbij trekt. Een unieke ervaring omdat we de enige toeristen zijn tussen de doorsnee Brazilianen. Eén van de passagiers vertelt Durdana later nog dat hij zich ernstig zorgen maakte of we wel begrepen hadden dat we zelf hangmatten moesten meebrengen.                                                                                                                          We stapten met zo weinig spullen  aan boord!                                                                                                                                  

 

 

 

Via Santarém kwamen we terecht in Alter do Chao, een toeristenparadijsje vol met zon, strand en hippies. Twee dagen zwemmen en kaarten  onder het genot van biertjes en caipirinha’s vormden een welkome afwisseling met het reizen van de dagen daarvoor. Helemaal tot rust gekomen vlogen we terug naar Recife om met een lijpe taxichaffeur weer terug naar de boot te rijden. En nu zitten we dus voor de laatste keer op een boot. Hopelijk niet de allerlaatste keer want het is hier vier- en een halve kilometer diep. In mijn fantasie kunnen er op elk moment gigantische tentakels uit het water komen om ons op te slokken. Ik hoop vooral dat Nienke het nog trekt. Nog even volhouden en dan zijn we er. Twee dagen later zitten we op het strand. We zijn wakker geworden met tientallen dolfijnen die in de baai rondom de boot kwamen ontbijten. Op Fernando de Noronha                 hebben we een buggy gehuurd om over het eiland te crossen. Dit is het St. Tropez van Brazilië. Je betaalt hier 50 Real per persoon per dag toeristenbelasting, omgerekend zo’n 15 Euro. Dat is veel geld maar het is het waard. Paps en mams hebben geen woord gelogen. Prachtige stranden, leuke tentjes en als je gaat snorkelen zie je tientallen verschillende soorten vissen. Een perfecte eindbestemming voor een intensieve reis.                                Alhoewel eindbestemming; Nienke en ik gaan nog vijf dagen naar Rio om het helemaal af te maken.

Wonderlijk openbaar vervoer: bezoek aan NL en Rio

Uitzicht over Rio de Janeiro vanaf Pão de Açúcar (Suikerbrood)

Tijdens ons bezoek aan Nederland krijgen we de vraag wat het gevaarlijkste is dat we meegemaakt hebben. Het antwoord is ‘de taxirit naar het vliegveld in Natal’. Het vliegveld op ons ticket bleek gesloten en we konden alleen naar het nieuwe vliegveld met een taxi. Langs de weg stonden eet- en drinkstalletjes en een man die daar zat riep dat hij ons wel wilde brengen. Zijn auto was een oud barrel en slingerde nogal bij het optrekken. ‘Misschien slecht uitgelijnd’ dachten we. Na een paar kilometer over de 4-baans weg begonnen we ons wat zorgen te maken. De chauffeur was constant met de radio, zijn afwaaiende petje en meisjes langs de weg bezig en weinig met rijden. Toen de weg overging in een slechte 2-baans weg begon hij af en toe heel hard en dan weer heel langzaam te rijden. Eén been op het dashboard, dan weer stoppen om te piesen, soms bijna in de goot, dan gedeeltelijk op de linkerbaan, het werd steeds gekker. Na een half uur waren we ervan overtuigd dat hij stomdronken was en zaten we

  Theatro Municipal       Museu de Belas Artes   Aapje in Jardim Botanico

verkrampt op de achterbank. Toen hij op een rotonde tegen het verkeer in ging rijden was de maat vol en riepen we ‘Pare!’ totdat hij stopte. Binnen 10 seconden hadden we onze spullen uit de auto en stond de chauffeur verwonderd naar onze boze koppen te kijken. Met de helft van het afgesproken bedrag was hij natuurlijk niet tevreden, maar na onze kreet ‘borracho!’ ( dronken ) stapte hij wijselijk weer in zijn wrak en wij in een echte taxi voor het vervolg van onze reis.

 

        COPACABANA                 COPACABANA                COPACABANA

Op Lissabon hadden we twaalf uur vertraging, dat vliegveld kennen we nu als onze broekzak.                                                                                                                                

                            Arcos    de    Lapa    en      Cathedral    Metropolitana

Nederland was heerlijk: ons eigen autootje heeft ons bij heel veel familie en vrienden en bij allerlei winkels gebracht zodat we volgeladen met liefde, vriendschap en onderdelen en spullen voor de boot weer naar Brazilië terug konden.

Escadaria Selerón

Rio de Janeiro stond op ons verlanglijstje, daar hebben we vier dagen doorgebracht. Met bussen, metro, tandradbaan, gondel en taxi hebben we veel gezien en genoten van deze bijzondere stad. Behalve de geijkte punten als de Christo Redentor, de Pão de Açúcar en de stranden hebben we ook kunstenaarswijken als Lapa en Santa Teresa bezocht.

Christo Redentor

De laatste dag zijn we op de Ferry gestapt om te lunchen op de Anna Caroline die in Niteroi lag. Het was leuk om Janneke en Wietze weer te ontmoeten en bij te kletsen over wat er sinds onze ontmoeting in Salvador gebeurd is.

Escadaria Selerón

De laatste etappe terug naar de boot bestond uit een vlucht naar Recife, 6 uur wachten op het vliegveld tot de metro ging rijden – die een half uur te laat open ging – een busrit van 2 ½ uur naar Joao Pessoa, een uur wachten op de trein naar Jacaré en een kwartier lopen.Al met al drie weken met veel plezier  en vervoersmiddelen van hot naar her!

Nederland

We zijn momenteel in Nederland maar check:

http://www.telegraaf.nl/vaarkrant/22825421/__Zeilen_in_de_sprookjes_van_1001_nacht__.html

http://www.telegraaf.nl/vaarkrant/22840205/__Verdwalen_is_plezier__.html

http://www.telegraaf.nl/vaarkrant/22844468/__Baksjisj__.html

http://www.telegraaf.nl/vaarkrant/22852590/__Marokko_repareert_alles__.html

http://www.telegraaf.nl/vaarkrant/22853711/__Boodschappen_op_zee__.html

Tot horens

Wet and Wild

 

Chapada Diamantina

Marcelo

‘Run!’ roept onze gids Marcelo opeens. Ik blijf verbaasd staan; de opdracht was heel zachtjes over het pad door het oerwoud lopen omdat we op zoek zijn naar apen. ‘Rennen, mieren!’ roept Peter en dan zet ik er toch de sokken in. De kleine bijtende duivels zijn in de aanval en binnen de kortste keren zitten ze overal. Als ook Margo en Ed weer van de mieren ontdaan zijn wandelen en klauteren we verder door de smalle, door dicht gebladerte gevormde tunnel.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                  Het is onze derde dag in de Chapada Diamantina, een prachtig gebied met bergen, rivieren, watervallen en grotten. Marcelo plant de dagen zo dat we van alle prachtige plaatsen waar we heen gaan vrijwel alleen kunnen genieten. Het is heel afwisselend: na het pad klauteren we over stenen in een rivierbedding, dan zijn er kleine strandjes waar we even kunnen zwemmen, af en toe een waterval en we bezoeken zelfs een natuurlijke glijbaan. Dat is pas echt Wet & Wild!                                                                                        

Lençois, het plaatsje in de Chapada waar we logeren ligt zes uur met de bus            westelijk van Salvador.                                                                                                                                              Vanaf Jacaré zijn we in zestien uur met de bus naar Salvador gereden en nadat we de spullen in de Pousada gedropt hebben was het tijd voor de eerste wedstrijd van het Nederlands Elftal die in Salvador gespeeld werd. Vanwege de veiligheid hadden we niet veel geld meegenomen waar we achteraf spijt van hadden want we konden vlak voor de wedstrijd kaartjes voor € 50 per stuk kopen. Gelukkig was het op de pleinen en in de straatjes van de Pelourinho, het oude centrum van Salvador, heel gezellig televisie kijken en mee feesten met de fans na de wedstrijd. We worden nog dagen begroet met: ‘cinco – uno!’                                                                                                                                     Het is in het noordoosten van Brazilië dubbel feest want het feest van Sint Jan – Sao Joao – wordt ook gevierd met veel muziek en dansen op straat. In Lençois worden we na de wedstrijd van Brazilië getrakteerd op een optreden van een percussiegroep en de volgende avond op een optreden van een grote groep jongelui die een soort reidans doen en daarvoor eerst dansend de heuvel op joggen.                                                                 Op de terugweg moeten we vier dagen in Salvador blijven want de bus blijkt maar drie keer per week naar Joao Pessoa terug te rijden. Geen straf want er is nog genoeg voor ons te zien en te doen. We bekijken kerken en bezoeken de Farol de Barra, de oude vuurtoren, waarin nu een maritiem museum gehuisvest is. Het plein voor de Farol is ingericht als WK plein met een gigantisch scherm en allerlei kraampjes. Ideaal om Italie-Costa Rica te bekijken.                                                                                                                                                Na twaalf dagen zijn we terug in Jacaré en jawel: de boot ligt er nog!

Recife en Jacaré: werken en genieten

 

 

Strand bij Olinda

Het is half acht ’s morgens, we liggen in Jacaré en Peter is al een uurtje aan het klussen, aan de buitenboordmotor. Er is iets met de brandstoftoevoer. De benzine liep er gewoon uit, inmiddels niet meer, maar nu wil hij niet goed stationair draaien. De wasmachine en de watermaker staan aan, we staan net als de Brazilianen vroeg op.

Straatje in Olinda

Langzamerhand is er een hele ‘to do lijst’ ontstaan. Het belangrijkste is een nieuw bijbootje, het huidige exemplaar is 8 jaar oud en we krijgen hem niet meer helemaal goed geplakt. Gevolg is dat we met de voetpomp in de tas onderweg zijn, geen ideale situatie. Onze hoop was gevestigd op Recife, de eerste plaats op het Braziliaanse vaste land die we aandeden. Er zijn meerdere watersport winkels, maar een bij bootje dat past en aan onze wensen voldoet vinden we niet.         De koeling heeft het tijdens onze overtocht naar Fernando de Noronha opgegeven. Gelukkig is dr Frio – een bedrijf gespecialiseerd in koeltechniek – snel aan boord en na een 2e bezoek werkt hij weer. Ook gaan we op zoek naar een nieuwe geluidsbox voor buiten, maar een passend exemplaar is niet te vinden. De Brazilianen hebben blijkbaar minstens 100 Watt boxen op hun boten en die van ons zijn echt kleiner. Dat moet dan maar wachten tot we in de Cariben zijn.               Meer gangbare dingen lukt wel: kleine camera, een bikini, spuitbussen met ‘smeer’, batterijen en de lijm, we vinden het allemaal.Tussen al het boodschappen door bezoeken we de oude stad. Er staan veel – ooit – mooie koloniale gebouwen en ook hier is weer veel live muziek en een leuke zondagsmarkt die we twee keer bezoeken.                                                                  

Recife is ook weer een stad met tegenstellingen; vlak tegenover de haven is een soort krottenwijk waar je ’s avonds beter niet kunt zijn, tegen het spoor aan is een echte krottenwijk waar mensen in hutjes van golfplaat en stukken hout wonen. Boa Viagem is een nieuwe wijk vol luxueuze wolkenkrabbers en met een prachtige kilometerslange boulevard  en enorme shopping-malls. Langs de boulevard is het strand dat regelmatig

Zicht op Recife vanaf Olinda

bezocht wordt door haaien. We rijden rond op de vouwfietsjes wat nogal wat opmerkingen en bekijks uitlokt. Het is ni

et helemaal zonder gevaar want het verkeer is razend druk en er zijn meestal geen fietspaden.Na een inkoop-expeditie kunnen we lekker in één van de zwembaden van de haven duiken.

We besluiten een paar dagen langer te blijven om ook de bezienswaardigheden te kunnen bezoeken, Olinda, het Fort en de Synagoge. Helaas is het klooster met de ‘gouden kapel’ gesloten als we er komen.                           

Jacaré ligt aan een rivier waar we weer voor anker liggen. Het is een vakantieplaatsje voor de Brazilianen en het heeft een leuke sfeer: ’s avonds speelt een lokale saxofonist de Bolero van Ravel vanuit een bootje, er zijn allerlei barretjes en kleine winkels. Er is een kapper die we gaan bezoeken en met de trein kan je naar plaatsen in de buurt voor € 0,18. Daar kan de NS nog een puntje aan zuigen!

Dansen in een plasje

 

Een soort groene sauna, daar lijkt het eiland voor mij het meest op als we de Heuvel op sjouwen naar het plaatsje waar een geldautomaat schijnt te zijn. De bus rijdt ieder half uur langs, maar zonder Realen op zak mogen we niet mee.

Ankerplaats

Om twee uur zijn de autoriteiten weer aanwezig en wachten we onder genot van een bekertje koffie tot alles ingevuld is en de juiste mensen langs geweest zijn. We weten dat op dit exclusieve eiland (er is plaats voor maximaal 460 toeristen) flink afgerekend moet worden en verwachten dat dat in euro’s of met een creditcard kan: foutje! Dus opnieuw op weg, nu met de bus naar het vliegveld waar een geldautomaat is die ons ruimhartig 2 x 800 Reaal toe spuugt ( een Reaal is ongeveer € 0,35) zodat we samen met wat we al hadden de 2100 Reaal voor 8 dagen kunnen afrekenen.

                                                                                                                                             Dus hoe dan ook: GENIETEN ZULLEN WE!!!

De sfeer op het eiland is heel relaxed: vakantiehuisjes, buggyverhuur, info-punten van het nationale park, restaurantjes, terrasjes en heel veel prachtige stranden.

Het eerste strand waar Peter en ik heen gaan is vrijwel verlaten en we zijn de enigen op het terras van het strandtentje. Willen we wat eten? Ze hebben gegrilde sardientjes. Dat klinkt goed en onder het genot van een biertje zien we één van de jongens met een werpnet het strand oplopen en sardientjes vangen. Hij moet ze wel goed verstoppen en bewaken tegen de talloze Fregatvogels en Boobies anders is hij ze zo weer kwijt.

Mara

Fregatvogel

booby

De volgende dagen bezoeken we samen met Margo en Ed o.a. de 3 mooiste stranden van Brazilië, allemaal op dit eiland. Bij het snorkelen zien we veel schildpadden, een paar haaien, barracuda’s en heel veel verschillende gekleurde vissen van groot tot piepklein.

                                                          En tussendoor regent het. Maakt niet uit, je wordt nat, maar in een nat badpak rondlopen  – of mini-bikini zoals de Braziliaanse dames – is hier heel gewoon, je stapt er gewoon mee in de bus of gaat op een terrasje zitten, maakt niet uit. Het is constant zo’n 26 graden, dus koud wordt je toch niet.

Fris cocoswater

De boten liggen stevig voor anker, dus een avondje stappen kan ook wel. Na een dag snorkelen, frissen we ons op en in het donker varen we weer naar de wal met de bij bootjes. Voor de onze moet de pomp mee, want plakken lukt niet echt meer. De bus laat deze keer op zich wachten en we zijn blij met de lift die we van een aardige jongeman met een pick-up krijgen. Hij zet ons vlak bij een leuk restaurantje af. Na heerlijk eten en een paar Caiparinha’s wandelen we verder het plaatsje in. Vanavond is er live muziek, daar willen we heen. Helaas is het er nog stil en ongezellig, dus we besluiten nog maar een Caiparinha te drinken bij een soort ijskar op het pleintje, als het begint te regenen steken we de paraplu’s op en als het weer droog is gaan ze weer naar beneden. Tegen de tijd dat de muziek speelt hebben we de jonge havenmeester en een gids van het nationale park opnieuw ontmoet en één van hen bedingt dat we korting krijgen op de entree.

Het is fantastische muziek en we dansen urenlang op de openlucht dansvloer, in de regen!

De volgende dag weten we eigenlijk geen van vieren meer hoe we nou precies terug op de boot gekomen zijn: opeens zaten we in een buggy met nog drie mensen (twee op de bijrijdersstoel met een derde op schoot) die ons bij de haven afgezet heeft.

Gelukkig regent het die volgende dag de hele dag zodat we met een gerust geweten de hele dag niets anders doen dan bijkomen…..

Dois Irmaos bij de Baia dos Porcos

Wulle heb’et eret!

Voor de niet-Sallanders onder de lezers: we hebben het gered. Gisteravond (7 Mei) zijn we aangekomen op Fernando de Noronha, een eilandengroep 300 mijl ten noord-oosten van Recife aan de Braziliaanse kust.
We kwamen in het donker aan, met het licht van de halve maan en de zaklantaarn zijn we door een veld met bootjes aan moorings gevaren om een ankerplaats te zoeken. De laatste dag was een hele snelle, we hebben 147 mijl in een etmaal gedaan.
De cijfers voor de overtocht: 1220 mijl in 10 dagen en 7 uur. Gemiddeld 4.9 knopen. 32 uur de motor gebruikt.
We hebben nog wat buien gehad onderweg hoewel we er vaak langs konden sturen. De wind viel ook mee in de buien, meer dan 21 knopen hebben we niet gezien. Verder is het nu warm en vochtig, dat verklaart waarom de eilandengroep zo groen is.
De Ebijmar is net aangekomen, ze hebben afgeremd om met daglicht te kunnen ankeren. We hoorden dat ze de hele nacht buien gehad hebben. Nou hier is het op het moment niet beter, het regent, maar daar trekken de dolfijnen zich niets van aan, ze zwemmen achter de boot.
Wij hebben omdat we er gisteravond al waren een hele nacht slaap achter de rug, heerlijk na alle wachten met bijbehorende korte slaapperiodes onderweg.
We zijn nu voor het eerst van ons leven op het zuidelijk halfrond. Toen we de evenaar kruisten kwam Neptunus aan boord (Neptuna in dit geval) weer zo’n zeilerstraditie. Een flesje bubbels is genuttigd en ook Neptunus kreeg een slokje.
Straks gaan we de boot echt opruimen, het bijbootje weer opblazen en plakken en dan naar de autoriteiten. Ik ben benieuwd of we niet landziek worden na 10 dagen op zee……

K£@t•#!&G!! Dag 5 t/m 8

902 mijl afgelegd. Nog 318 mijl te gaan tot Fernando de Noronha en nog 78 mijl tot de Evenaar. We varen op de motor sinds vannacht kwart voor 5. Gisteren hebben we ook 9 uur gemotord bij gebrek aan wind.
Dit zijn de Doldrums, het gebied waarin de noordelijke en zuidelijke weersystemen bij elkaar komen. Ze bewegen zich rond de Evenaar en brengen regen, squalls (kortdurende hevige wind en regen) en windstilte met zich mee. Wij zijn net voor de heftigste buien langs gevaren, de Ebijmar heeft er heel wat vol over zich heen gekregen. Ze liggen nu 13 mijl achter ons.
Het gaat verder zijn gangetje, ik heb scones gebakken voor het ontbijt, het is warm, binnen en buiten, dus nu zit ik in de schaduw binnen in mijn blootje te zweten achter de laptop.
De wasmachine en de watermaker staan aan, straks het wasje ophangen, dat is het wel zo’n beetje voor vandaag. Natuurlijk zijn er weer de gebruikelijke technische probleempjes, deze keer heeft de grote koeling het begeven, we hebben er vorig jaar • 900 aan reparatiekosten aan gehad!
Ook gaf de verklikker aan dat we een lekstroom hadden, maar dat heeft zichzelf opgelost, hij geeft nu weer aan dat alles ok is. En de radar schakelt zichzelf na korte tijd steeds uit. Volgens mij is het op ieder schip hetzelfde: er is altijd wat.
Als we op de motor varen stuurt de elektronische stuurautomaat, als we zeilen proberen we de windvaan het werk te laten doen. Dat is een stellage achter op de boot die op de winddruk op het vaanblad reageert en stuurt. Het is een secuur en lastig werk om hem goed in te stellen, de boot moet perfect in balans zijn en de windvaan ook, wat lastig is bij de OVNI doordat de beugel voor wat verstoring van de wind kan zorgen. Hij heeft het in de afgelopen week dagenlang prima gedaan op ruime koersen, maar nu we aan de wind moeten varen is Peter uren bezig geweest met instellen zonder het gewenste resultaat.
Zeilers hebben de eigenaardige gewoonte om hun windvaan een naam te geven. Onze heet dus: K£@t•#!&G!!

We zien ze vliegen: dag 1 t/m 4

We zijn nu ruim 4 dagen onderweg. Het is half zes ’s middags en Peter zit lekker te puzzelen in de kuip. Er staat sinds de tweede dag weinig wind: rond de 8 knopen, dus we gaan ondanks de Genaker, de uitgeboomde Genua en het grootzeil op niet snel. Ongeveer 5 knopen over de grond. Twee keer per dag hebben we contact met de Ebijmar, zij zijn vanaf Mindelo een dag voor ons vertrokken en liggen ongeveer 30 mijl van ons vandaan, iets naar het zuidoosten.
Voordeel is dat er nu bijna geen golven staan, hoewel de boot natuurlijk altijd heen en weer blijft schommelen. De tweede dag leverde dat een verbrande arm op toen ik probeerde om het koffiefilter te grijpen dat van de thermoskan af viel: de hele dag koelen en daarna met kalmerende aftersun smeren was mijn tijdverdrijf. Inmiddels is de arm donkerrood en komen er blaren op maar het is niet meer pijnlijk.
Scholen vliegende vissen zien we regelmatig langskomen maar onze vispogingen zijn nog steeds niet succesvol. Er lag een vliegende vis in de kuip ’s morgens, die heeft Peter als aas gebruikt. Hij was van de haak, maar we hebben niets anders gevangen dan een stuk zeewier.
Voor ons vertrek van Brava hebben we afscheid genomen van Erik en Marijke. We kregen een struik boerenkool en een zuurzak-vrucht mee. Beiden zijn verorberd, boerenkool met chorizo bij 28 graden is weer eens wat anders. Het smaakte heerlijk.
We eten wat het eerste op moet, aubergines en tomaat, avocado’s en de papaja zijn gebruikt, en alle geitenkaasjes. Ik heb brood gebakken en er is weer verse yoghurt, die maken we van houdbare melk of van poedermelk.
We hebben voldoende eten aan boord om de reis zo langzaam als nu te maken, maar we hopen wel echt op een beetje meer wind en af en toe een verse vis!
We hebben nu (30 april) 446 mijl afgelegd en nog 765 mijl te gaan tot Fernando de Noronha, een eilandengroep voor de Braziliaanse kust.